Onderzoek schadebeelden van woningen Noord-Nederland

Als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groninger gasveld of gasopslag in de regio, kan schade ontstaan aan gebouwen. Ook in het ‘buitengebied’, gebieden buiten de contour van het schade-afhandelingsgebied, zijn schademeldingen gedaan. Voor de woningen in het buitengebied voerde Witteveen+Bos circa 1.600 schadeopnames uit. Doel van het onderzoek was het achterhalen van de oorzaak of oorzaken van schade(s) aan die gebouwen. Witteveen+Bos heeft daarbij alle schadebeelden opgenomen, beoordeelde alle schades en stelde daarvan de oorzaak (of oorzaken) vast. Het onderzoek stond onder inhoudelijke leiding van een panel van deskundigen, bestaande uit de volgende Witteveen+Bos-medewerkers:

  • prof. dr.ir. T.A.M. Salet, constructeur (voorzitter van het panel)
  • ir. F.J. Kaalberg, risk assessment
  • ir. H.J. Lengkeek, geotechniek
  • dr.ir. S. Slob, geologie en aardbevingsproblematiek
  • ir. drs. R. de Nijs, specialist trillingen ondergrond
  • ir. T.H. van Wee, geohydroloog
  • ing. H.L.M. Laagland, bouwtechniek

Inspecties

Samen met bewonersbegeleiders van het Centrum Veilig Wonen (CVW) hebben inspecteurs van Witteveen+Bos in de periode augustus tot en met december 2016 alle woningen bezocht waarvan eigenaars/bewoners schade voor 18 augustus 2016 aan het CVW hadden gemeld. Bewoners werden geïnterviewd en de kenmerken van alle (gemelde en ongemelde) schades, het gebouw en de omgeving werden vastgelegd. De informatie is via een app centraal opgeslagen in een digitaal informatiemanagementsysteem. Iedere bewoner ontving een persoonlijk inspectieverslag van zijn/haar woning.

Beoordeling

Bij de beoordeling zijn de geïnventariseerde schades stuk voor stuk geanalyseerd en beoordeeld. Aan de hand van de gegevens over schade, gebouw en omgeving is systematisch nagegaan welke oorzaken in een specifieke situatie uitgesloten zijn (‘falsificatie’). Van de daarna nog resterende schadeoorzaken is vervolgens op een systematische en controleerbare manier vastgesteld wat de meest waarschijnlijke oorzaak of oorzaken zijn (‘verificatie’).

In samenspraak met de Technische Universiteit Eindhoven is een analyse op de totale database uitgevoerd om te bepalen of alle mogelijke aspecten die van invloed zijn op de schade in het onderzoek zijn meegenomen op basis van de verzamelde gebouwen data-set. Voor de data-analyse is alle informatie gebruikt die tijdens en ten behoeve van het onderzoek is verzameld, zoals bouwjaar woning, constructie, materiaalgebruik, bodemopbouw, omgeving, scheurwijdte en -lengte, et cetera.

Methodiek

Voor het onderzoek is een ‘Presumable Cause Analysis’ (PCA) toegepast. Een aanpak die geplaatst kan worden tussen aan de ene kant een gebiedgerelateerde risicoanalyse door middel van een bureaustudie, en aan de andere kant een volledig technisch onderzoek ter plaatse aan een individueel gebouw door middel van een ‘Root Cause Analysis (RCA). De methodiek bestaat uit drie samenhangende onderdelen: het verzamelen van informatie, het beoordelen van de schade en het uitvoeren van een toets. Een PCA start met het identificeren van mogelijke schadeoorzaken en het op een systematische wijze verzamelen van informatie over de schade, het gebouw en de omgeving. Deze informatie wordt verzameld door middel van een bureaustudie en een bezoek aan het adres waar schade gemeld is.

Emmen

In het voorjaar van 2016 heeft Witteveen+Bos schadeopnames aan 111 panden in en rond het Drentse Emmen uitgevoerd. Alle schademeldingen zijn individueel beoordeeld. Uit het rapport bleek dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de onderzochte schademeldingen een relatie hebben met de beving. Dit onderzoek naar mogelijke schades als gevolg van de aardbeving in Emmen op 30 september 2015, werd medio juni 2016 gepresenteerd. Het onderzoek naar schade aan de woningen in Emmen is een andere opdracht, en staat los van het onderzoek naar schade in het buitengebied Groningen.

Waarborg onafhankelijkheid onderzoek

Witteveen+Bos is een ingenieurs- en adviesbureau. Wij worden ingeschakeld vanwege onze (inhoudelijke) kennis, kunde en ervaring en leveren objectieve analyses. Het is onze overtuiging dat iedereen het meest gebaat is bij objectieve metingen en analyses, om zo vast te stellen wat de feitelijke situatie is en wat de oorzaak is van schade aan woningen.

De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft Centrum Veilig Wonen gevraagd om het onderzoek in het buitengebied Groningen te coördineren. De NCG heeft een onafhankelijke commissie geformeerd die het gehele proces van inspectie en beoordeling van schades in het buitengebied begeleidde om de NCG te adviseren over het te volgen strategisch beleid voor toekomstige schadeafhandeling. Deze begeleidingscommissie dacht mee over het proces, de opzet en de aanpak van het onderzoek en controleert deze. Meer over de begeleidingscommissie is te vinden op de website van het CVW.