Stephan van der Biezen
“In 1995 ben ik afgestudeerd, ik studeerde Kustwaterbouwkunde aan de TU Delft, faculteit Civiele Techniek. Daarna heb ik op de TU onderzoek gedaan naar kustlangse golfbrekers, in samenwerking met de universiteit van Cork in Ierland. Na verloop van tijd wilde ik graag de advieswereld in, ik zocht meer de teamaanpak. Een goede vriend die bij Witteveen+Bos werkte, attendeerde mij op een nog niet gepubliceerde vacature in de groep Hydrodynamica en morfologie. Ik solliciteerde en zo ben ik in 1998 bij Witteveen+Bos begonnen.”
Eigen pc
“Mijn eerste project was een studie naar het getij in de Westerschelde. Ik was de enige binnen Witteveen+Bos die met het computerprogramma Delft2D overweg kon, waarmee we de voortplanting van het getij in de Westerschelde numeriek moesten simuleren. Naar de huidige maatstaven was het model een erg grove schematisatie van het estuarium. Het rekenrooster was opgebouwd uit rechte lijnen en rechthoeken, terwijl de bodemligging en de stroming in de Westerschelde juist heel bochtig en gekromd is. De Schelde, die de toegang vormt naar de haven van Antwerpen, was in het rekenrooster naar boven opgeklapt zodat het rekenrooster niet te groot zou worden. Ik rekende gewoon op mijn eigen pc, die in het weekeinde dus flink moest overwerken. Toch kwamen de resultaten redelijk overeen met de metingen, wat voor mij een hele opluchting was. Inmiddels is er binnen Witteveen+Bos een heel team van modelleurs, die met de modernste software zware berekeningen doen op een eigen rekencluster.”
Grenzen
Als modelleur begon ik bij W+B in de zogenoemde P rol (Professie). Ik had ervoor kunnen kiezen om mij in die rol te ontwikkelen en dan was is nu waarschijnlijk een ervaren modelleur geweest - een 'veilige' loopbaan. Ik ben echter altijd - ook uit een soort nieuwsgierigheid - op zoek gegaan naar de grenzen van mijn capaciteiten. Zo ben ik in 2001, ik was toen drie jaar in dienst, in de functie van liaison engineer gestapt binnen een groot project voor de olie- en gasindustrie. Dat deed een groot beroep op mijn organiserende en commerciële vaardigheden, waardoor ik die snel kon ontwikkelen. Toen ik kort daarna werd gevraagd om leiding te geven aan een groep modelleurs, voelde dat als een vertrouwde rol. Mijn ervaring is dat, in ieder geval binnen W+B, je plaats binnen de organisatie volgend is op hoe je je ontwikkelt, en niet andersom. Dat is wel zo prettig want daardoor heb je je loopbaan zelf in de hand. Als hoofd van de PMC Kusten, Rivieren en Landaanwinning (sinds 2007) stimuleer ik deze instelling nu ook bij mijn medewerkers: wees ondernemend met je talenten.
“Ik heb de afgelopen twaalf jaar eigenlijk maar aan twee grote projecten gewerkt. Het eerste project was het ontwerpen van eilanden in de Kaspische Zee. Voor dit project ben ik vaak in Londen en in Milaan geweest; in Milaan heb ik een halfjaar in een appartement gewoond met mijn vrouw en twee kinderen.
Tweede Maasvlakte
Sinds 2006 ben ik intensief betrokken bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte, net als enkele andere Witteveen+Bos’ers overigens. Ik houd mij vooral bezig met de harde zeewering, die de Tweede Maasvlakte tegen hoge golven moet beschermen. Ik beheer de eisenboom en verificatiematrix van dit object, ik houd het schaalmodelonderzoek in de gaten en ik ben aanspreekpunt voor een aantal ontwerp-aspecten. Het projectteam, dat tijdens de aanbestedingsfase nog relatief klein was, is inmiddels uitgegroeid tot een flinke organisatie. Het is enorm leerzaam om een project als dit van het begin af aan mee te maken, vooral waar het de uitvoering betreft. De werkelijkheid is vaak anders dan je denkt, en het is erg belangrijk om je dat te realiseren en er rekening mee te houden in het ontwerp.”
Geen afrekencultuur
“Het mooie aan het werken bij Witteveen+Bos vind ik dat je altijd de kans krijgt om je verder te ontwikkelen. Je moet daar wel zelf gebruik van maken en dat betekent dat je weleens een klus moet oppakken waar je zenuwachtig van wordt, omdat je niet weet hoe het zal aflopen. Maar, en dan kom ik bij nog een belangrijk kenmerk van Witteveen+Bos: fouten maken mag. Er is geen afrekencultuur, maar juist een cultuur van ondernemen en professionaliteit.
De informele bedrijfscultuur bij Witteveen+Bos stamt nog uit de tijd dat het een klein bureau was. Deze cultuur en is behouden gebleven dankzij de autonome groei en de relatief jonge populatie. Het ondernemende binnen de bedrijfscultuur is, denk ik, een gevolg van de marktstrategie van Witteveen+Bos. Het ondernemen en acquireren is niet bij een specifieke groep ‘business developers’ neergelegd. Iedereen draagt op eigen wijze en vanuit een eigen rol bij aan de ontwikkeling van het bedrijf.”
“Doorgroeimogelijkheden zijn er bij Witteveen+Bos volop en ze zijn in principe onbeperkt. Dat is omdat er niet in vastomlijnde functiebeschrijvingen wordt gedacht, die pas vrijkomen als er iemand anders opstapt. Met andere woorden: als je ambities hebt die niet binnen de bestaande structuur passen en je weet die ambities waar te maken, dan wordt de structuur daarop aangepast. De uitdaging ligt dus bij jezelf.”
