Factory of the Future
De duurzame fabriek van de toekomst
De Factory of the Future wordt, op initiatief van AkzoNobel, uitgewerkt door een consortium, waaraan verschillende bedrijven deelnemen: AkzoNobel, DSM, DPI Value Centre, Beco, Royal Cosun, Search B.V. en Witteveen+Bos. Begin 2009 kwamen de partners voor de eerste maal bijeen. Binnen het project stond de vraag centraal hoe de Factory of the Future eruit ziet. Om tot een antwoord te komen zijn de Cradle-to-Cradle®-principes als uitgangspunt genomen. Dit uitgangspunt maakte het mogelijk om gericht te zoeken naar de duurzaamheidsaspecten die van belang zijn voor de fabriek van de toekomst. Voor een fabriek is dat noch het gebouw, noch het perceel. Het product dat binnen de fabriek gemaakt wordt en met name het productieproces zijn de belangrijkste aspecten.
Definitie product en proces
Witteveen+Bos had binnen dit project de mogelijkheid om het product en het proces te definiëren. Daarbij was het zaak voorbij de grenzen van het gebouw en het perceel te kijken en na te denken over een groot en abstract systeem: de keten. Zo ontstond de vraag of het mogelijk is niet alleen de interne proceskringlopen te sluiten, maar ook de grote externe kringlopen. Is dit mogelijk met de toepassing van bestaande duurzame technieken en wat is de impact van die technieken op de schaal van een fabriek? Witteveen+Bos ontwikkelde met het consortium een model dat inzicht geeft in de complexiteit van de keten rond de fabriek.
Model
Het model toont de gebruiker de plekken waar zich problemen voordoen en stelt de gebruiker in staat hiervoor duurzame oplossingen aan te dragen. Daarbij laat het model rond de locatie van de fabriek de impact qua vierkante meters van de gekozen oplossing zien. Zo moet blijken of de inzet van een windmolen voor het opwekken van energie een goede oplossing is, afgezet tegen de energiebehoefte van het proces. Het model geeft aan hoe groot het windmolenpark zal zijn, maar velt hierover geen oordeel. Dat is aan de gebruiker zelf, die zich bewust wordt van de impact van zijn keuzes en handelingen.
Duurzame keten
Voor de consortiumpartners is een van de belangrijkste inzichten, dat een kwalitatief goede, duurzame keten uiteindelijk positief bijdraagt aan de kwaliteit van het product dat binnen de fabriek geproduceerd wordt. Het gaat verder dan de scope van het eigen proces: door gebruik te maken van het model wordt inzicht verkregen in de problematiek rondom dat proces. Zo kan een toeleverancier een op zichzelf kwalitatief goed product leveren, dat in het productieproces gebruikt wordt als grondstof. Als deze toeleverancier tegelijkertijd een bijproduct produceert met een hoge milieubelasting, slaat dat toch terug op de uiteindelijke kwaliteit van het eindproduct.
Sustainability Congres en follow-up
Het consortium heeft de ideeën van de Factory of the Future en het bijbehorende model gepresenteerd op het Nationaal Sustainability Congres 2010 (NSC). Het NSC vormde de afsluiting van de conceptuele fase en de opstart van fase 2. Daarin wordt gezocht naar concrete projecten waarin de ideeën kunnen getoetst. Vanuit het consortium zijn hiervoor een aantal projecten aangedragen en ook op het congres kwamen verschillende ideeën naar voren.
Braungart en McDonough
Om de mogelijkheden voor fase 2 van de Factory of the Future te onderzoeken, organiseerde Witteveen+Bos namens het consortium op vrijdag 26 november 2010 een evenement in de Bergkerk te Deventer. Cradle to Cradle® grondlegger prof. dr. Michael Braungart was aanwezig om zijn visie te geven op fabriek van de toekomst en te reflecteren op het project van de Factory of the Future. Medegrondlegger William McDonough was via een videolink verbonden met de Bergkerk en nam deel aan de plenaire discussie en vragenronde. Beiden waren enthousiast over de door het consortium vervaardigde ideeën en het model van de Factory of the Future. Maarten Veerman gaf een toelichting op het door Witteveen+Bos ontwikkelde computermodel. Deze tool analyseert het gebruik van energie, grondstoffen, natuurlijke hulpbronnen en transportmiddelen bij het ontwerp en de bouw van fabrieken en industriële processen. Tijdens de workshop is in groepssessies gediscussieerd over de mogelijkheden voor de Factory of the Future.
Toekomst
De volgende stappen in het project van de Factory of the Future moeten leiden tot concrete projecten, uiteindelijk zal er concreet een fabriek worden gerealiseerd. Er dienen zich mogelijkheden aan binnen verschillende industriële sectoren. Het is van belang om in projecten het model te toetsen en verder aan te scherpen met de input van bestaande en nieuwe partners. De verwerkelijking van de duurzame fabriek van de toekomst is niet eenvoudig en vergt intensieve samenwerking.
Grote inzetbaarheid
De principes en het model van de Factory of the Future zijn te gebruiken in veel projecten. Waterzuiveringen, havens en woonwijken kunnen ook gezien worden als ‘fabrieken’. Een woonwijk heeft immers ook een energiebehoefte en huishoudelijk afval kan worden gezien als ‘product’. Het model van de Factory of the Future is in te zetten om ook voor dit soort projecten te onderzoeken hoe de grote, externe kringlopen gesloten kunnen worden.
